Zuurstof in de vijver is van essentieel belang
In het vijverwater zit zuurstof in de vorm van uiterst kleine, onzichtbare belletjes. Zuurstof komt in het water door de aanraking met lucht. Bij meer wind is de golfslag groter en dus het wateroppervlak ook, waardoor deze meer zuurstof kan opnemen. Watervallen, beeklopen en fonteinen zorgen ook voor een grotere zuurstofwisseling. Watervallen kunnen echter bij warm weer ook zorgen voor de opwarming van het vijverwater, waardoor deze minder zuurstof krijgt en dit een negatief effect heeft op het zuurstofgehalte in de gehele vijver. Onder water groeiende planten (zoals waterpest en hoornblad) zorgen voor pure zuurstof. Wat echter wel in de gaten gehouden moet worden is het feit dat planten overdag koolzuur opnemen en zuurstof produceren, maar dat ze ’s nachts zuurstof gebruiken. Met behulp van een luchtpompje kan er ook zuurstof in het water worden gebracht, hoe fijner de belletjes (uitstroomsteentje) des te meer zuurstof komt er in het water. Indien u een vijverpomp in uw vijver hebt dan kunt u een beluchter (venturi) aanbrengen. Daarnaast is er nog de oxidator, welke verkrijgbaar is bij een tuincentrum. Deze produceert geen pure zuurstof, maar losse actieve zuurstofatomen. Deze zuurstofatomen zoeken andere moleculen op waarmee zij een reactie kunnen aangaan. De moleculen worden voornamelijk gevonden in voedselresten en plantenafval. Dat afval wordt geoxideerd (verbrand) waarbij CO2 en onder andere nitraat wordt geproduceerd, weer nuttig voor de groei van planten. De oxidator zorgt voor een geleidelijke toevoer van zuurstof (met behulp van de bijgeleverde katalysator). Hij is vooral van belang in vijvers waarbij de stikstofcyclus nog niet goed op gang is gekomen en in de winter als de vijver dichtgevroren is zodat de vissen meer overlevingskansen hebben.
|